Verslag 11 november 2009

Verslag 11 november 2009

De Nederlandse Patiënten Vereniging afdeling Barneveld (NPV) organiseerde dinsdagavond 10 november jl. een thema-avond in de Essenburght te Kootwijkerbroek over het EPD. Duidelijk werd dat er heel wat vragen te stellen zijn bij het nut van het EPD en bij de manier waarop het EPD ingevoerd wordt. Bij deze vergadering waren ongeveer 125 leden aanwezig.

Voor deze thema-avond onder leiding van de voorzitter A. Lassche waren uitgenodigd Dr. Wilco Bloed (huisarts te Urk) en mevrouw Mr. Marie Jose Bonthuis (IT-jurist).

Wat is het EPD en waarom het EPD?

De heer Bloed legt uit wat het landelijk EPD is. Er is veel onbekendheid over de achtergrond en het doel maar ook over hoe het gaat functioneren. Het doel is verbetering van de zorg, betere communicatie, minder fouten en hierdoor minder kosten in de gezondheidszorg. ‘Maar is dit wel voldoende aantoonbaar onderbouwd? Als arts zie ik absoluut voordelen in het vast leggen van de gegevens en het toegankelijk maken van de informatie voor andere medici.’ Spreker legt uit dat het zeker nuttig zal zijn wanneer een arts toegang heeft tot het  patiëntendossier bij de apotheker en ook andersom. ‘Maar ik vraag me af of dit een dergelijk grote investering rechtvaardigt, zeker als je kijkt naar de risico’s’ aldus de Urker arts. Hij herkent zijn zorgen bij collega’s en illustreert dit met het feit dat er nog maar heel weinig artsen zich tot nu toe hebben aangesloten bij het landelijk EPD. Ook hebben vooral de huisartsen al fors geïnvesteerd in automatisering en gegevensuitwisseling met bijvoorbeeld de huisartsenposten. Hij ziet liever meer uitbreidingen op dit vlak en specifieke uitbreidingen met bijvoorbeeld ziekenhuisspecialisten om de behandeling en de benodigde informatie goed uit te wisselen.

Kanttekeningen bij EPD.

Zijn kanttekeningen betreffen vooral beveiliging, betrouwbaarheid en integriteit. Stel dat een verzekeraar via omwegen gegevens onder ogen krijgt die niet voor hem bestemd zijn. Of stel dat een dossier verkeerd ingevuld wordt waardoor er fouten bij behandeling gemaakt worden. Achteraf is bekend als iemand in het dossier gekeken heeft, maar dan is het al wel gebeurd. Technisch gezien probeert men een structuur op te zetten die waarborgt dat alleen de specifieke beroepsgroep gegevens kan opvragen (door middel van een zogeheten UZI pas en pincode). De patiënt moet zijn Burgerservicenummer aan de behandelaar verstrekken, pas dan kan bijvoorbeeld de arts of apotheker zijn gegevens opvragen.

Als huisarts komt hij het ook tegen dat patiënten bang zijn om naar een huisarts te gaan omdat men bang is dat zijn gegevens overal bekend worden. Het lijkt een geruststelling dat de patiënt zelf ook toegang heeft, maar zo schetst hij: begrijpt een patiënt altijd wat de arts bedoeld met zijn medische terminologie?

Regelgeving rond EPD.

Mevrouw Bonthuis gaat nog dieper in op de technische beveiliging en de juridische regels. Zij maakt duidelijk dat een arts op grond van diverse wetten (zowel de WGBO als WBP) niet zomaar toegang heeft tot gegevens van zijn patiënten. ‘Elke patiënt roep ik op om bewust een keuze te maken of iemand zijn of haar medische dossier zomaar wil openstellen voor raadpleging via het Landelijke EPD. Als jurist zie ik een aantal wettelijke grenzen, zoals die in de ‘Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst’ en de ‘Wet Bescherming Persoonsgegevens’ staan, op dit moment nog onvoldoende gewaarborgd’.

Bezwaarmaken tegen EPD.

Een ding wordt wel duidelijk: als de patiënt niet mee wil doen kan hij bezwaar aantekenen. Op basis van zijn burgerservicenummer zal een arts dan wel kunnen zien dat betreffende persoon bekend is in de patiëntendossiers maar nooit toegang kunnen krijgen. De WBP en WGBO geven de patiënt dit recht. Ook mag een arts niet zomaar informatie over zijn cliënt met anderen delen. Dat mag alleen als de patiënt toestemming geeft of als er een behandelteam is waarbinnen de zorg voor de patiënt besproken moet worden. Als een patiënt bezwaar maakt (via www.infoepd.nl) zullen zijn gegevens niet beschikbaar komen voor andere medici als het EPD in 2010 van start gaat. De verwachting is dat de eerste kamer nog in 2009 de Wet op het EPD aanneemt en dat de invoering dan in 2010 actiever wordt opgepakt. Ook verwacht de spreekster dat de ontwikkelingen zowel in Nederland als ook Europees op dit punt verder zullen gaan. Haar zorg is dat de overheid begint met iets te automatiseren maar nog onvoldoende heeft nagedacht over hoe er welke informatie mag en moet worden.