Voltooid leven
Misvattingen over ouderdom en de zelf gekozen dood
Door dr. R. Seldenrijk
Verkeerde tegenstellingen en miskenning/kennisgebrek; van cultuurhistorische waarden. Die domineren het debat rond de initiatiefgroep Uit vrije Wil en het burgerinitiatief ‘Voltooid leven’. We hebben hier te maken met doorgeschoten individualisme en zelfbeschikking. Die kiezen de dood als handlanger. Samenleven doe je niet alleen en ‘voltooid leven’ is geen natuurlijk gegeven.[1] Ieder mens leeft met verantwoordelijkheden ten opzichte van anderen en ten opzichte van de samenleving, op welke leeftijd ook.
Dit geldt, om te spreken met de Tilburgse zorgethicus dr. Carlo Leget (1964), zeker voor de problematiek van de zinervaring; “Dat is per definitie nooit individueel. Mensen kunnen alleen individueel zin ervaren tegen de achtergrond van een gedeelde culturele horizon. Daarbij horen visies op de waarde van ouderdom, de betekenis van ziekte, dood en lijden, de waarde van de onderlinge zorg van generaties, enzovoort.” De individuele zinvraag is dus geworteld in de samenleving. Wat dat betreft, is ons land meer gediend met een herwaardering van haar visie op ouderdom en eventuele gebreken, dan met het creëren van mogelijkheden voor ouderen om langs de achterdeur het toneel van het leven te verlaten.
- In een maatschappij waarin JONG met kapitalen wordt geschreven, voelen velen van hen zich letterlijk ten dode opgeschreven in de speciaal voor hen gecreëerde afvoerputjes van zoveel bij zoveel meter met hun gemillimeterd zorgaanbod, waar ze voor hun dynamisch bruisende omgeving geen overlast veroorzaken. Overbodig en eenzaam. Stik eenzaam veelal. Wie het cynisch wil benaderen, zou kunnen constateren dat de babyboomgeneratie - of ten minste een culturele elite daarbinnen - een offensief is begonnen om het laatste restje nog niet verworven zelfbeschikking stormenderhand te veroveren. De vraag die voorligt, is dan: hoe kan een hyperverwende genietgeneratie, na in ruime mate gedeeld te hebben in de haar toegeworpen geneugten van een in rijkdom zwelgend Westen, ervoor zorgen dat ze niet aan het einde van het feest, als de party over is en reizen naar verre exotica niet langer mogelijk zijn, nog geconfronteerd wordt met wat hinderlijkheden en moeiten?[2]
- De wens tot zelfbeschikking is ten diepste vaak het resultaat van verkilde liefde, in een samenleving die eerst massaal afscheid nam van God en daarna ook van mensen. Want waar ‘ik’ regeert, wordt ‘wij’ het land uitgezet. ‘Ik heb niemand’ is bittere realiteit in de verzorgings- en verpleeghuizen van de grote stad die Nederland heet. Ook soms (vaak?) binnen kerkelijke gemeenschappen die beter zouden moeten weten. Die vormen echter tegelijk ook een minisamenleving die weet heeft van bekering en daardoor hoop op een nieuw begin kan bieden. Die ertoe leidt dat ouderen weer in liefdevolle armen gesloten worden. In ‘eigen kring’, maar tegelijk tot heil van de gehéle stad. Dus ook van elke vierkante meter bejaarde eenzaamheid.[3]
- Historicus prof.dr. James Kennedy (1963) heeft er een paar keer op gewezen dat we in Nederland niet kunnen accepteren dat we over sommige problemen discussie moeten blijven voeren, omdat de reikwijdte ervan zo groot is. Wij denken alle dilemma’s en taboes, rond prostitutie, softdrugs en euthanasie, te kunnen oplossen door gesimplificeerd aan te geven wat het probleem is. Vervolgens zijn er actiegroepen die zeggen: “Wij zien het probleem en hebben een goed voorstel om het op te lossen. Laat ons onze gang gaan.” Die cultuur, die regeldrift, waarbij iedereen denkt “dit moeten we echt oplossen” als je het maar hard genoeg als een echt probleem neerzet, die voelt deze groep haarscherp aan.[4]
- Dr. Carlo Leget ziet nog een reden om te betogen dat de initiatiefgroep de wind mee heeft. “Let wel, dat de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) aandacht vraagt voor dit thema is zeer terecht. Er is in Nederland echter relatief weinig belangstelling voor onderzoek naar de spirituele kant van het menselijk leven. Dat wordt al vlug als soft en zweverig gezien. Toch denk ik dat we wel die kant op moeten. Waar komt het ontbreken van levenszin bij sommige ouderen vandaan? Wat maakt dat sommige mensen hun leven als ze 75 zijn voltooid vinden, terwijl anderen op hun 90ste nog gedreven boeken schrijven of op een andere manier volop in het leven staan? Wat zegt dat over ons innerlijk, over onze wil om iets van het leven te maken? Tegelijkertijd denk ik aan vragen zoals: Hoe kunnen we ons, ook in geestelijk opzicht, voorbereiden op het ouder worden, op het feit dat we vanaf een bepaalde leeftijd moeten inleveren, keuzes moeten maken omdat we minder kunnen. Daar weten we allemaal nog veel te weinig van. Mijn grootste bezwaar tegen deze campagne is dan ook dat deze onwetendheid wordt genegeerd, verzwegen. Er wordt een oplossing gesuggereerd en als product in de markt gezet, voor een probleem dat nog lang niet in zijn volle omvang is verkend.”[5]
- Goede ouderenzorg neemt veel levensmoeheid weg.[6] We doen veel te weinig om eenzaamheid onder ouderen aan te pakken en we doen veel te weinig om de woon- en leefomstandigheden van ouderen – alleenstaand wonend of in een verzorgings- of verpleeghuis – te verbeteren. Maar ook als omstandigheden wel optimaal zijn, heeft het voorop stellen van zelfbeschikking als ultieme vrijheid een keerzijde. De ultieme vrijheid, de maakbaarheid van de dood, kan gemakkelijk leiden tot een nieuwe vorm van onvrijheid. Willen we een samenleving waarin het normaal is om al boven je 70ste te gaan nadenken of het leven het nog wel waard is om geleefd te worden? ’Maar dat hoeft niet, daar is iedereen vrij in’, zullen de voorstanders zeggen. Zeker, maar dit gaat voorbij aan het feit dat de mens een sociaal wezen is, waardoor zijn zin in het leven mede bepaald wordt door zijn omgeving.
- Initiatiefgroep Uit Vrije Wil wordt flink gesteund. Maar hoe oud en vitaal zijn de voorstanders? Vitaliteit beïnvloedt je mening. De discussie wordt tot nu toe gevoerd door mensen die zeer betrokken zijn bij het onderwerp, maar van wie niemand zo oud en kwetsbaar is, dat hij nu een eind aan zijn leven wil maken. Het beoordelen van wat anderen wensen in kwetsbare ouderdom, of wat men zelf zou wensen, is echter voor de meesten een hachelijke zaak. Het is uit onderzoek bekend dat hulpverleners, naasten of mantelzorgers niet goed in staat zijn de kwaliteit van leven in te schatten van de ander. In de beoordeling van deze levenskwaliteit speelt niet alleen de eigen levensopvatting een grote rol, maar wegen tevens allerlei belangen mee. Zo zijn mantelzorgers bij dementie steevast somberder over de levenskwaliteit van de patiënt dan de demente oudere zelf. Anderen zullen dus al snel het gesprek aangaan of men niet heeft overwogen eruit te stappen. Volgens gegevens van Maurice de Hond zou 73 procent van de bevolking voor een Uit Vrije Wil-regeling zijn. Wanneer men echter geleidelijk aan veroudert en kwetsbaarder wordt, verandert de waardering van het leven vaak mee, zo stelt de Nijmeegse geriater prof.dr. M. Olde Rikkert (1962).[7] Deze paradox, bekend uit onderzoek bij chronisch zieken, speelt de voorstanders in de kaart. Er zijn natuurlijk ‘diehards’, zoals de voortrekkersgroep, die nu al zeker weten niet aan autonomie te willen inboeten. Dat is echter waarschijnlijk een kleine minderheid. De meeste kwetsbare ouderen die ik spreek weten het niet zo zeker. Zij willen niet alles op alles zetten om verder te leven, maar willen er ook niet abrupt uitstappen, omdat hun leven voldoende positieve kanten heeft.
- De Rotterdamse internist-oncoloog dr. Lia van Zuylen pleit in Medisch Contact voor verbetering van zorg en kwaliteit van leven in de stervensfase. Zorg voor stervenden is niet alleen essentieel voor de patiënt zelf, maar ook voor de naasten. Adequate onderkenning van noden en angsten, bestrijding van symptomen, en onderling zorgvuldig afgestemde communicatie van zorgverleners met de patiënt en de naasten vormen de essentie van de zorg rond het sterfbed. Hiervan blijkt ook een preventieve werking uit te gaan: de symptoomlast van de stervende patiënt vermindert en de nabestaanden ervaren een betere rouwverwerking.[8]
- Omarmen doe je het leven, niet de dood. Dat doen onze duizenden vrijwilligers in de ondersteuning van mantelzorgers. Daarom maken de vrijwilligers van de NPV met ouderen hun Levensboek. Echte aandacht voor hun identiteit bevestigt bij deze ouderen de zinervaring of brengt deze terug en doet de doodswens afnemen. De humanistische zorgorganisatie Akropolis in Rotterdam heeft niets tegen levensbeëindiging en praktiseerde die. Maar dankzij de levenbestendige zorg ‘willen de mensen niet meer dood’ sinds 1999.
- Hoe kunnen we bepalen dat een leven is voltooid en hoe weten we wat iemands doodswens betekent?[9] Kennelijk zijn er ouderen die uitzien naar een zelf gekozen dood. Dat is in wezen een aanklacht tegen onze huidige samenleving.[10] Om te kunnen blijven spreken van onze sámenleving, moet ons leven ook aan onze omgeving toebehoren. Een waardige ouderdom is meer dan een individuele eigenschap.
- Die ouderdom is een waarde die generaties met elkaar verwerkelijken.[11] Een diepte-investering in onze ouderen vraagt creativiteit rond hun leven en welzijn. Laten we het leven omarmen en het begrip ‘natuurlijkheid’ afstoffen en opwaarderen: de beste dood is nog altijd de dood die ons – wanneer we oud en van dagen verzadigd zijn – overkomt. Het kan van moed en integriteit getuigen als we besluiten een natuurlijke doodsoorzaak geen strobreed in de weg te leggen.[12]
- Zou het toeval zijn dat zelfbeschikkingsrecht vooral een stokpaardje is van hoogopgeleide babyboomers? Zij zijn er om raadselachtige redenen van overtuigd dat zij overal recht op hebben: op geluk, op de eeuwige jeugd, op gezondheid, op vroegpensioen, en dus ook op de zelfgeregisseerde dood. Tegelijkertijd geloven zij, met aandoenlijke naïviteit, in een samenleving waarin iedereen het beste met elkaar voor heeft. Zij menen dat Nederland bevolkt wordt door hun evenbeelden: redelijke, weldenkende burgers die er, met een beetje goede wil, samen wel uitkomen.[13]
- Het pijnlijke punt is uiteraard dat niet iederéén in dit land het beste met elkaar voor heeft[14] Zo zijn er volwassen kinderen die een hulpbehoevende, oude vader een hele last vinden. En hem dat fijntjes laten merken ook. Is de laatstewilpil gelegaliseerd, dan wordt de stap voor vader heel eenvoudig. Is hij in dat geval een vrij mens, meester over zijn eigen lot? Of wordt hij emotioneel gechanteerd door zijn kinderen? En wie gaat uitzoeken wat zijn diepste beweegredenen zijn? Of bemoeien we ons daar gemakshalve niet mee? Het zijn deze drassige scenario’s waarover je de voorvechters nimmer hoort. Wel is daar sprake van ’procedures’ en ’zorgvuldigheidscriteria’. Pleitbezorgers van het absolute zelfbeschikkingsrecht zetten doorgaans iedereen die daaraan twijfelt comfortabel weg in het kamp van de pro life-griezels. Daar heeft het natuurlijk niets mee te maken. Wél met een wat minder zonnig mensbeeld, zo schrijft Sturm.
- Als ik hoe dan ook lijdt aan mijn leven, het psychisch niet aankan of begin te dementeren of gewoon gezond maar klaar ben, dan kies en beslis ik autonoom! Elke vorm van betutteling is taboe. Maar deze ‘vrije wil’ tot levensbeëindiging zet zich in tegen zichzelf. Die lost het probleem niet op, maar elimineert zichzelf. Onze veelgeprezen zelfbeschikking/autonomie komt van Verlichtingsfilosoof Immanuël Kant (1724-1804). Volgens Kant geldt deze zelfbeschikking nu juist helemaal níét voor de gekozen dood![15]
- In het dagblad Trouw legt Gerbert van Loenen ‘Het bedrog van zelfbeschikking’ gefundeerd uit. ’Uit Vrije Wil’ bepleit de mogelijkheid om een niet in woorden te vatten, een niet te definiëren groep mensen te gaan helpen met zelfdoding. Maar wat niet te definiëren is, is niet te begrenzen. Wat ’Uit Vrije Wil’ zich niet afvraagt, is of er druk zal ontstaan. Druk op mensen om dood te gaan. ’Uit Vrije Wil’ bestaat niet toevallig uit welopgevoede, hoogopgeleide mensen; mensen die rustig kunnen wikken en beschikken over hun leven. Maar in de echte wereld bestaan zwakke mensen, slechte mensen, en ook zijn er veel goede mensen met soms slechte momenten. In die echte wereld zou het wetsvoorstel van ’Uit Vrije Wil’ schade kunnen berokkenen aan het recht op leven van zwakke, of lastige, of onaangepaste mensen. Het gevaar is dat mensen straks niet meer lastig mogen zijn. Dat er druk ontstaat op irritante, zieke, onaangepaste mensen om eruit te stappen. Er is dus een weerslag van individuele keuzes op de samenleving.[16]
- Wat als zelfbeschikking begint, loopt volgens Van Loenen dan uit op bevoogding. En zelfs als iemand echt vrijwillig lijkt te kiezen voor zelfdoding, zelfs als inderdaad sprake lijkt van die soms zo geromantiseerde keuze van de vrije mens voor zijn Freitod, dan nog is de vraag of we dat moeten vergemakkelijken, zoals de initiatiefgroep ’Uit Vrije Wil’ bepleit. Want de vrije wil van de een heeft gevolgen voor de ander. De zelfdoding van de ouder vergroot dus de kans op zelfdoding van de kinderen. Hoe vrij is dan eigenlijk nog de keuze van dat kind als het kiest voor zijn dood? Waarom doen de mensen van ’Uit Vrije Wil’ alsof ze niet bestaan, deze ketens van zelfdoding? Het risico bestaat dat mensen de dood ingeduwd zullen worden. Met zelfbeschikking heeft dat weinig te maken.[17]
- Herman van Rompuy (1947), de eerste permanente voorzitter van de Europese Raad, stelt in een uitvoerig artikel vast dat zelfbeschikking zelfs niet bestaat.[18] De existentiefilosoof Karl Popper (1902-1994) begreep volgens hem dat onbeperkte vrijheid onwenselijk is, want als vrijheid betekent de vrijheid om alles te doen, dan is de mens ook vrij om andere mensen van hun vrijheid te beroven. Ongelimiteerde vrijheid kan dus leiden tot slavernij. Conclusie: om de vrijheid te beschermen moet de vrijheid aan banden worden gelegd. En als het antidogmatisme consequent wordt doorgevoerd, wordt het een dogma. En dat is een bedreiging voor zowel de vrijheid, de tolerantie als de democratie. Het dogma van het antidogmatisme, dat zich onder meer vertaalt in ethisch relativisme, is een helaas onopgemerkte bedreiging voor de moderne democratie. Een liberté sans cesse renouvelée, om de woorden van Sartre te gebruiken, leidt tot een samenleving waarin elk individu zichzelf als de maat der dingen ziet. Dat is het einde van een samenleving, aldus Van Rompuy. In zijn ontkenning van de zelfbeschikking op filosofische gronden vindt hij de neurobioloog prof.dr. D. Swaab (1944) aan zijn zijde.[19]
- Améry schreef een baanbrekende en knappe verdediging van de gekozen dood. Hij geeft toe dat we die filosofisch niet kunnen verdedigen, maar toch moeten accepteren. Hoezo? Wel, omdat de gekozen dood volgens hem een typisch menselijke mogelijkheid is.[20] Maar dát geldt ook voor menselijke mogelijkheden. Denk aan zelfverrijking van bankiers of kannibalisme. Améry noemt de gekozen dood een absurditeit, een ongerijmdheid en bijna waanzin tot in het onmetelijke.[21] Zijn ideeën komen goeddeels van Nietzsche (1844-1900), die geen doel ziet in voorkómen van lijden en stimuleren van het leven. Hij wijst op de zelfbeschikking in de zelfdoding van Stoïcijnse wijsgeren, maar die was voor hén een vorm van gehoorzaamheid aan God.[22]
- De belangrijkste reden om niet over te gaan tot hulp bij zelfdoding bij een ‘voltooid leven’ ligt echter in het leven zelf. Een uitdrukking zoals ‘het leven is een intrinsiek goed’ is voor velen moeilijk te vatten. Wel verwijst die daardoor ook onmiddellijk naar wat die uitdrukt: het mysterie van het leven in zichzelf. De grootste waarde van het leven ligt in het feit dat de mens leeft en nooit in een kwaliteit, een omstandigheid of iets anders dat vergankelijk is. Zelfs de mooiste en belangrijkste dingen van het leven zijn uiteindelijk niet de enige redenen, waarom het leven waard is om te worden geleefd. In droeve omstandigheden kunnen die redenen immers ook weer wegvallen. De uitdaging van ieder mens ligt in het vinden van het geluk dat niet blijft stilstaan bij de wisselvalligheden van het leven, maar dat verder reikt. Zoals gelovige mensen weten, is het God Die op deze wijze het geluk schenkt en zo het leven bekroont. “De glorie van God is de levende mens”, zei de Kerkvader Ireneüs (±140 – ±202) al. Hoe ellendig het leven van iemand ook kan zijn naar menselijke maatstaven, toch is het op zijn minst altijd een uitdrukking van Gods levenschenkende liefde. Dat verwijst dus niet naar een plicht om te leven, maar de mens mag zo voor God en voor anderen een geschenk zijn: alleen al doordat hij of zij leeft.[23]
- Heleen Dupuis constateert tegen sterven uit vrije wil morele gelijkhebberij bij vooral gelovigen.[24] Daarbij ontstaat de suggestie dat die gelijkhebberij en dat geloof een keus zijn, waarbij anderen er bijvoorbeeld voor zouden kunnen kiezen op de golfbaan een balletje te slaan. Uit een recent mondiaal wetenschappelijk onderzoek blijkt echter, dat geloven hoort bij de menselijke natuur.[25] Het onderzoek kostte ruim 2 miljoen euro en stond onder leiding van prof.dr. R.H. Trigg en dr. J.L. Barrett van de Universiteit van Oxford. In de afgelopen drie jaar is door 57 antropologen, psychologen en filosofen onderzocht of geloof in goddelijke wezens en een leven na de dood een aangeleerd idee van een samenleving is óf dat het een integraal onderdeel is van de menselijke natuur. Religie blijkt dus eigen aan ons mens-zijn en zal daarom blijven bestaan. En daarom kan morele neutraliteit juist niet bestaan. Bovendien blijkt religie te fungeren als een samenbindende factor in een samenleving, waar ook ter wereld, aldus het onderzoek.
- We moeten recht doen aan waar we vandaan komen. Anders zijn we gedoemd onszelf verkeerd te identificeren, zegt de Canadese filosoof Charles Taylor (1931). Met het verdwijnen van het transcendente is iets verloren gegaan. Dan gaat het bijvoorbeeld om het fundamentele doel dat ons leven werkelijk betekenis geeft, aldus Taylor.[26] Collectief geheugenverlies dus inclusief de inhouden van het collectief onbewuste, aldus C.G. Jung (1875-1961)!
- Vrijheid. Goethe (1749-1832) dicht: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister (Wie zich weet te beperken, toont pas echt meesterschap). Voorvechters van de absolute zelfbeschikking moeten zich ook de volgende regel realiseren: Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben (En slechts de wet kan ons vrijheid bieden). Niks betutteling, maar bescherming, zoals de tralies voor de leeuwenkooi een vrije wandeling garanderen.[27]
Dr. R. Seldenrijk is directeur van de NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging)
[1] S. Groenewoud, L. Hendriks, ‘Voltooid leven’ is geen natuurlijk gegeven. In: Katholiek Nieuwsblad d.d. 17 februari 2011
[2] P. Bergwerff, Ik heb niemand. In: Nederlands Dagblad d.d. 12 februari 2010
[3] P. Bergwerff, a.w.
[4] J. Gunst, Een uitgekiend plan. In: Reformatorisch Dagblad d.d. 13 februari 2010
[5] J. Gunst, a.w.
[6] A. Kant, R. Leijten, Goede ouderenzorg neemt veel levensmoeheid weg. In: Trouw d.d. 16 februari 2010
[7] M. Olde Rikkert, Dicht bij de dood verandert de blik. In: NRC Handelsblad d.d. 15 februari 2010
[8] L. van Zuylen c.s., Een goed einde. In: Medisch Contact nr. 50 pag. 2098-2101 d.d. 8 december 2008
[9] P.H. Steenhuis, ‘Zelfgekozen dood is onmogelijk’. In: Trouw d.d. 16 februari 2010
[10] B. Smalhout, Klaar met leven. In: De Telegraaf d.d. 13 februari 2010
[11] C. Verhoeven, Het leedwezen – beschouwingen over troost en verdriet, leven en dood. pag. 92-108 Uitg. Ambo – Bilthoven 1971; C. Verhoeven, Dierbare woorden – beschouwingen over de woordenschat. pag. 498 Uitg. Damon – Budel 2002; G. Groot, Waarom is de doodpil zo slecht? In: Trouw d.d. 1 april 2010; F. de Lange, Oud en der dagen zat. In: Trouw d.d. 11 oktober 2008
[12] Th. Boer, NVVE stuurt discussie met ‘voltooid leven’ eigen kant op. In: Reformatorisch Dagblad d.d. 22 februari 2010; Th. Boer, Pleidooi voor natuurlijke dood. In: Nederlands Dagblad d.d. 2 april 2010
[13] E. Sturm, Niet iederéén heeft het beste met elkaar voor. In: Trouw d.d. 29 maart 2006; R. Braams, Euthanasie is voor vrindjes. In: De Volkskrant d.d. 6 december 2009
[14] E. Sturm, a.w.
[15] I. Kant, Die Metaphysik der Sitten. § 6 pag. A72-75 Uitg. Suhrkamp Verlag – Frankfurt am Main 1977; J. Améry, De hand aan zichzelf slaan - over de gekozen dood. pag. 107 Uitg. Kooyker – Rotterdam 1978; H. Thielicke, Wie mag sterven? – Gewetensvragen in de moderne geneeskunde pag. 82-91 Uitg. Zomer & Keuning – Ede 1980; Immanuel Kant. In: Wikipedia, laatst bewerkt op 15 mei 2010
[16] G. van Loenen, Het bedrog van zelfbeschikking. In Trouw d.d. 12 februari 2011
[17] G. van Loenen, a.w.
[18] H. van Rompuy, Zelfbeschikking bestaat niet. In: Trouw d.d. 17 oktober 2009
[19] D. Swaab, Wij zijn ons brein - van baarmoeder tot Alzheimer. Uitg. Contact – Amsterdam 2010
[20] J. Améry, a.w. pag. 54-72
[21] J. Améry, a.w. pag. 25-27; 36; 108; 153; H. Thielicke, a.w. 1980 pag. 83-84; H. Thielicke, Theologische Ethik. Deel 1 pag. 137; 641-642 Uitg. J.C.B. Mohr – Thübingen 1971; H. Achterhuis, J. Goud, F. Koerselman, W.J. Otten, T. Schalken, Als de dood voor het leven - over professionele hulp bij zelfmoord. Uitg. G.A. Oorschot - Amsterdam 1995; C. Taylor, a.w. pag. 499-503; Friedrich Nietzsche. In: Wikipedia, laatst bewerkt op 1 april 2010
[22] H.M. Kuitert, Suicide: wat is er tégen? – zelfdoding in moreel perspectief. pag. 78-85 Uitg. Ten Have – Baarn 1983; S. Hauerwas, Rational suicide and reasons for living. In: S.E. Lammers, A. Verhey (eds.), ‘On moral medicin – theological perspectives in medical ethics’. pag. 460-466 Uitg. William B. Eerdmans Publishing Company – Grand Rapids, Michigan 1987
[23] S. Groenewoud, L. Hendriks, a.w.
[24] H. Dupuis, Schaadt sterven uit vrije wil buitenstaanders? In: TR 04-03-2011 katern 1 pagina 22
[25] T. Ross, Belief in God is part of human nature. In: The Telegraph d.d. 12 mei 2011
[26] C. Taylor, Een seculiere tijd. pag. 76; 421 Uitg. Lemniscaat – Rotterdam 2010
[27] S.M. de Bruijn, Welbeschouwd – blij met meer. In: Reformatorisch Dagblad d.d. 27 maart 2010