Denemarken: helft minder Down-kinderen na screening

Denemarken: helft minder Down-kinderen na screening

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM - Sinds het aanbieden van screening op chromosoomafwijkingen aan alle zwangere vrouwen, worden in Denemarken 50 procent minder kinderen met Down-syndroom geboren. Het onderzoek van professor Karen Brondum-Nielsen wordt vandaag in het tijdschrift BMJ gepubliceerd.

Brondum-Nielsen heeft 20 procent van alle zwangerschappen in de afgelopen drie jaar geanalyseerd. Hieruit blijkt niet alleen dat het aantal geboortes van kinderen met Down-syndroom gehalveerd is. Ook het aantal risicovolle testen waarbij in de baarmoeder moet worden geprikt, is 40 procent gedaald.

Sinds twee jaar kunnen alle zwangere vrouwen in Denemarken kiezen voor prenatale diagnostiek in de vorm van nekplooimeting (echo) en bloedonderzoek in de 11e tot 14e week van de zwangerschap. Uit de uitkomsten kan een kans op chromosoomafwijkingen zoals Down worden berekend. Als de kans verhoogd is, kan met meer risicovol onderzoek, zoals een vlokkentest, de diagnose worden gesteld. Vrouwen kunnen vervolgens kiezen om de zwangerschap te voldragen of te beëindigen.

Tot 2004 kregen alleen vrouwen van 35 jaar en ouder de testen aangeboden. In Nederland wordt prenataal onderzoek aan vrouwen van 36 jaar en ouder aangeboden, omdat vanaf die leeftijd de kans op chromosomale geboorteafwijkingen verhoogd is. Vrouwen die jonger zijn, mogen de testen wel laten doen, maar moeten dit meestal zelf betalen.

Bron: Volkskrant, 22 juni 2007

terug