ND
PGD: Borstkanker en de rechten van het embryo
Erfelijke vormen van borstkanker zijn ernstig. Allereerst voor betrokkene. Deze vrouwen beleven hun borsten als een soort tijdbommen. Wellicht bereiken zij de leeftijd van vijftig jaar niet. Ernstig ook met het oog op zwangerschap. Meisjes die worden geboren hebben een heel grote kans op de erfelijke afwijking van hun moeder.
Behandeling en hulpverlening
Het kankergen wordt van geslacht op geslacht overgedragen. Daaraan kunnen we bij betrokkene niets doen. Maar staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid) spreekt toch over behandeling? Dat is een verhullend of verkeerd woordgebruik. De patiënte wordt met pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) niet behandeld. Er is hooguit sprake van hulpverlening en wel van een bepaalde vorm van hulpverlening.
Natuurlijk moeten we betrokkenen met het kankergen goed en wellicht intensief begeleiden. Ook in diagnostische zin. Daarmee sporen we een eventuele kwaadaardige ontwikkeling tijdig op. In individuele situaties kan borstamputatie worden overwogen. En er moet ook een oogje in het zeil worden gehouden rond de eierstokken.
Kinderwens en PGD
De kinderwens is een natuurlijke wens. Niet noodzakelijk voor het leven, maar wel van betekenis voor het welzijn. Natuurlijk willen betrokkenen het kwaadaardige borstkankergen niet meegeven aan het kind dat zij baren. En dat risico lopen zij bij een biologisch-eigen kind. Als zij dat risico niet willen lopen, kunnen ze afzien van hun kinderwens en dat is niet niks. Ook kunnen zij adoptie overwegen en ook dat is een indringende keus. Zij kunnen tijdens een zwangerschap prenatale diagnostiek laten toepassen. Dan kunnen zij hun zieke kindje laten aborteren. Maar dat vinden veel ouders terecht bezwaarlijk.
En PGD dan?
Pre-implementatie genetische diagnostiek gebruikt de techniek van reageerbuisbevruchting, maar is géén vorm van ivf. Embryo’s die met behulp van ivf ontstaan, worden gescreend. Alleen voor dit gen gezonde embryo’s worden in de baarmoeder gebracht. Embryo’s met het kankergen worden niet behandeld, maar vernietigd. Dat is dan het recht van de zwaksten in deze situatie: zij hebben het bewuste gen en zijn weerloos. Hun léven, hun ‘zijn’ wordt opgeofferd voor het wélzijn van hun moeder. Zó wordt er niet over gesproken en dat verhindert jonge mensen na te denken over het totaal van de ernstige problematiek.
Morele positie van de ongeborene
Telkens weer laat bijvoorbeeld het Professor Lindeboom Instituut voor medische ethiek zien dat we te maken hebben met een levenbedreigende trend in de gezondheidszorg. Eerst ging het om ivf en was selectie van embryo’s verboden. Nu wil de staatssecretaris selectie toestaan bij erfelijke borstkanker. Wat wordt de volgende stap?
Het ongeboren leven heeft al eeuwen de belangstelling van artsen, biologen, filosofen en theologen. Door moderne technieken zijn embryo’s zichtbaar geworden. We kunnen ze buiten het lichaam in de hand (Latijn: manum) houden, een tijd lang laten groeien en manipuleren. Alle mogelijkheden roepen evenzovele vragen en problemen op. Daarvan is de morele positie van het ongeboren leven wel de zwaarste.
Juist aan deze morele positie wordt in de discussie achteloos voorbij gegaan. Alsof embyo’s uitsluitend selectiemateriaal zijn en geen menselijk leven, geen menselijk ‘zijn’ vertegenwoordigen. Voor iedereen blijft het leven zelf een mysterie. Maar kunnen we in onze cultuurperiode nog met dit mysterie van leven omgaan? We weten dus niet wat het leven is, alleen dat het gegeven is. En christenen weten dat van dit geheimenis God het begin en het einde is.
dr. R. Seldenrijk is directeur van de NPV