Geneeswijzen vullen elkaar aan
Geneeswijzen vullen elkaar aan
De vrije keus van de tv-ster Sylvia Millecam voor het occulte medium Jomanda betekent het einde van keuzevrijheid voor patiënten. Keuzevrijheid was de laatste jaren het hoogste politieke ideaal. Die wordt nu om zeep geholpen door diezelfde politiek en de patiënt is de dupe. Er is maar één uitweg met perspectief: een elkaar aanvullende, complementaire geneeswijze. Wie de geschiedenis kent, hunkert naar een Hippokratische artsenopleiding.
Sylvia Millecam overleed op 19 augustus 2001 aan de gevolgen van borstkanker. De 45-jarige actrice weigerde de hulp van reguliere artsen en koos voor het alternatieve circuit. Een alternatief arts en de paranormale genezeres Jomanda hadden haar ten onrechte gezegd dat zij niet aan kanker leed. Hiervoor bestaat natuurlijk geen goed woord, noch voor deze dokter, noch voor de voormalige balletdanseres. Maar waarom moeten nu alle alternatieve behandelaars - zoals manuele therapie, homeopathie en antroposofische geneeskunde, de drie grootste groepen - vogelvrij worden verklaard? Doen we dat ook bij de natuurwetenschappelijke behandelwijzen van reguliere artsen?
In 1865 maakte minister mr.dr. Jan Rudolf Thorbecke (1796-1872) een eind aan de wirwar van geneeskundige activiteiten in zijn tijd. Dat was een grote verdienste met een schaduwkant. Er waren toen twaalf verschillende stromingen. Het uitoefenen van de geneeskunde werd voortaan slechts toegestaan aan hen die een universitaire (natuurwetenschappelijke) medische opleiding hadden gevolgd. Alles wat buiten de natuurwetenschappelijk georiënteerde universitaire geneeskunde valt, heet sinds 1865 alternatief en wordt buiten het artsenmonopolie gesloten. Simpeler kan het niet worden gezegd en zo eenvoudig is het.
De natuurwetenschappelijk georiënteerde geneeskunde heeft een bijna duizelingwekkende vlucht genomen. We kunnen dan denken aan terreinen als de immunologie, de cardiologie en de transplantatiegeneeskunde. Maar als het gaat om verlenging van de gemiddelde leeftijd: die is goeddeels te danken aan verbetering van de hygiëne! Op 19 februari is het resultaat van een onderzoek van het NIPO - in opdracht van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) - gepubliceerd. Daaruit blijkt dat er bij bijna 800.000 mensen van 18 jaar en ouder sprake is geweest van medische fouten door gebrekkige overdracht van informatie. Ze kregen verkeerde medicijnen, een verkeerde operatie of behandeling of ze konden niet worden geholpen omdat medische informatie ontbrak. Die fouten kosten jaarlijks ongeveer 1,4 miljard euro.
Erger is dat patiënten de dupe zijn van die medische fouten. Zij voelen zich boos, machteloos of raken in paniek. Zo’n 250.000 mensen heeft te maken met lichamelijke gevolgen die voor de helft van de mensen blijvend is. Een op de zes kan zijn werk minder goed uitvoeren en naar schatting zijn 50.000 mensen in de WAO terechtgekomen. Inspecteur dr. P. Lens en mr. Ph. Kahn publiceerden in 2001 een boek van meer dan 500 pagina’s met als titel Over de schreef - over het disfunctioneren van artsen.
`Evidence-based`?
De natuurwetenschappelijk georiënteerde geneeskunde hanteert het zogeheten ‘evidenced based’ karakter. Dit betreft het onderzoek vanuit patiëntenperspectief naar het resultaat, de kosten en baten van de behandelaar en behandelwijze. Tijdens een forumbijeenkomst in juni 2002 te Nijmegen meldt de oncoloog prof.dr. Wagener dat ,,slechts tien procent van de chirurgische ingrepen evidence-based is. Dat is weinig, maar op basis van je ervaring weet je toch dat een bepaalde behandeling de beste is.’’
Het kost bijna een miljard euro om een nieuw geneesmiddel geregistreerd te krijgen. We zouden dan ook verwachten dat de reguliere apotheker alleen maar werkzame medicijnen aflevert. Maar de meeste natuurwetenschappelijke medicijnen werken bij de meeste patiënten niet! ,,De overgrote meerderheid van de medicijnen, meer dan 90 procent, werkt slechts bij 30 tot 50 procent van de mensen’’, aldus de vice-president dr. Allan Roses van het grootste Britse farmaceutische bedrijf GlaxoSmithKline op 8 december 2003. Kankermiddelen zijn niet veilig en ze werken ook niet, aldus dr. A. Cohen in NRC Handelsblad van 22 november 2003. ,,Kankermedicijnen en Alzheimermiddelen behoren tot de gebieden waar ‘hoop’ en ‘iets willen doen’ een belangrijke rol spelen. In Nederland moeten ze bij minstens 20 procent van de mensen een goede respons geven. Patiënten kopen dus meestal ‘lucht’, die ‘lucht’ kost veel en is bovendien bepaald niet ongevaarlijk.’’ Prof.dr. Richard Horton, hoofdredacteur van The Lancet - één van de belangrijkste geneeskundige tijdschriften - zegt over veiligheid: ,,Weet dan wel dat uit een systematisch overzicht in JAMA van een paar jaar geleden bleek dat ná kanker, hart- en vaatziekten en beroerten, bijwerkingen van geneesmiddelen de belangrijkste oorzaken van overlijden zijn in de westerse wereld (...). Maar helaas is dit hele vraagstuk nooit onderwerp van debat, laat staan van politiek debat.’’
Er zou nog veel meer zijn te zeggen. Maar ten opzichte van bijvoorbeeld homeopathische geneesmiddelen behoeft de reguliere geneeskunde beslist niet te schermen met het begrip ‘evidence-based’, ondanks de karikatuur die minister Hoogervorst vorige week schetste. En de bewindsman mocht beter weten. Op 2 oktober 2003 schreef de voorzitter van de homeopathische artsen hem een uitvoerige en goed gedocumenteerde brief over het wetenschappelijk bewijs en de betekenis voor de volksgezondheid van de homeopathie. ,,Als je alleen zou vergoeden wat evidence-based is, kan je ook stoppen met veel wat nu wordt gedaan door de huisarts en de specialist’’, meent A. Martens van de overkoepelende organisatie Zorgverzekeraars Nederland in het artsenblad Medisch Contact (2001).
Hippokratische opleiding
Hippokrates (460-377 v Chr) legde met de naar hem genoemde eed het fundament voor de medische ethiek. De Hippokratische traditie is een levenbeschermende traditie. Het Hippokratisch fundament ligt al meer dan 2.500 jaar onder de levenbeschermende geneeskunde. Door acceptatie van abortus provocatus en euthanasie heeft de huidige natuurwetenschappelijk georiënteerde geneeskunde daarvan afscheid genomen. Daarom is er zelfs een NPV-Levenswensverklaring nodig.
In zijn praktijk maakte Hippokrates zorgvuldig onderscheid tussen het genezen vanuit tegenmiddelen (aut ex contrariis: waaruit de huidige universitaire geneeskunde ontstond) en het genezen vanuit gelijkende middelen (aut ex similibus: waaruit de homeopathie is ontstaan). De homeopathie vergelijkt het ziektebeeld met het geneesmiddelbeeld en is dus een ervaringstherapie. In de universitaire geneeskunde gaat het om een oorzaak-gevolg of causaal denken: men behandelt vanuit een ‘begrip van zaken’ (al begrijpen we nog heel veel niet: zo weten we bij een groot deel van de reguliere medicijnen het werkingsmechanisme niet). De ervaringstherapie (zoals de homeopathie) behandelt vanuit de stand van zaken zonder te zoeken naar een verklaring van de klachten. Onderwijl hebben homeopathische artsen een volledige universitaire opleiding met een specialisatie homeopathie. Eigenlijk zijn het dus Hippokratische specialisten.
Laten we eerst de feiten eens serieus nemen waarom mensen hun heil zoeken buiten het reguliere circuit. Laten we ons vervolgens verdiepen in de echte feiten van betreffende niet-natuurwetenschappelijk georiënteerde geneeswijzen. Bij beide benaderingen gelden ook ethische overwegingen, wat mij betreft vanuit christelijk perspectief. De strijd tussen alternatief en regulier is volstrekt vruchteloos. Transparantie helpt, maar dwang lost niets op.
Het gaat toch om keuzevrijheid voor patiënten? Of is dat enkel een lege ideologische huls? Een gezamenlijk optrekken in de vorm van elkaar aanvullende, complementaire geneeswijze is het enige dat perspectief biedt.
Dr. R. Seldenrijk is directeur van de NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging). Dit artikel werd gepubliceerd in het Friesch Dagblad, 26 februari 2004.