Heet van de naald
Blog van Seldenrijk
Doping, verslaving en hersenspoeling
De eindeloze strijd tegen doping. Daarover schrijft de wetenschapsjournalist ir. M.F. (Marga) van Zundert in het jongste nummer van het tweewekelijkse vakblad ‘[C2W] Life Sciences’. Wil je als sporter je prestaties opkrikken, dan kies je natuurlijk voor lastig op te sporen middelen. Het onderscheid tussen synthetische en natuurlijke hormonen is klein. Desondanks zijn er de afgelopen jaren voor al deze stoffen toch testmethoden ontwikkeld. Het lijkt dus alsof de dopinglaboratoria de wedloop definitief aan het winnen zijn. Maar wie in de materie duikt, ontdekt de nodige ‘sluipwegen’ en ‘achterdeuren’. En wat te denken van ‘gendoping’: met genetisch gemanipuleerde virussen extra erfelijk materiaal (genen) in je lichaam inbouwen. Bij muizen en apen is gendoping al succesvol. Dat wordt voor antidopinglaboratoria een lastige klus. Straks misschien een ‘DNA-barcode’, een streepjescode van het leven? Voorlopig lijkt de dopingstrijd dus verre van gestreden. Sport is geen sport meer, geen echte fysieke krachttraining en krachtmeting meer, maar een gevaarlijk kunstmatig gebeuren. Mogen we het de sporters kwalijk nemen? Immers, sponsors en andere belanghebbenden verwachten van de sporters dat ze alles uit hun ‘spel’ halen. En succes, dat werkt verslavend.
Doping en verslaving hebben met elkaar te maken. Dat leert onderzoek naar de herkomst van het woord (etymologie): het woord doping is waarschijnlijk afgeleid van een 17e-eeuws Nederlands woord voor dikke saus, doop. Via de betekenis ‘dikke substantie’ werd het in het Amerikaans-Engels vanaf het einde van de 19e eeuw ook gebruikt als aanduiding voor semivloeibare opium. Dat is het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol of de papaver somniferum (somniferum = slaap brengend), Sindsdien verwijzen dope en doping naar verboden stimulerende of verdovende middelen. Bedwelming of geestverruiming, beide kunnen ook een gevolg zijn van hersenspoeling. Hersenspoeling wordt soms gebruikt in de zin van indoctrinatie. Bij indoctrinatie ligt de nadruk op het kritiekloos overtuigen van doelgroepen of personen. Het begrip heeft dezelfde negatieve bijklank als hersenspoeling, maar is beter geworteld in de realiteit. Hersenspoelen is een dubieuze methode. Daarbij worden bij een persoon de oude gedachte- en ideeënpatronen
– inclusief zijn stelsel van waarden en normen – uitgewist. Die worden vervangen door nieuwe. Het woord ontstond in 1953, toen 21 door de Chinezen krijgsgevangen Amerikanen in de Koreaanse Oorlog te kennen gaven dat ze niet meer terug naar de VS wilden, maar in China wilden blijven. Men was geschokt: hoe kon iemand het communisme verkiezen boven de ‘American dream’?
Het begrip hersenspoelen heeft als methode geen wetenschappelijke basis. Het gedachtegoed erachter is nog dit jaar door de American Psychological Association verworpen. Voor wie niet wil spreken over hersenspoeling of indoctrinatie blijft er toch de spreekwoordelijke aanhoudende drup die de steen uitholt. Is dat ook niet de gedachte achter opvoeding en onderwijs tot en met de overheidsinformatie? En wat proberen we te bereiken met ‘voorlichting’? Marketing en reclame werken met suggestieve informatie en suggestieve technieken en ook muziek en film hebben hun effect. Denk aan de zinledige documentaire (Netwerk februari 2010), waarin we zagen hoe de 99-jarige Moek Heringa meer dan 100 pillen innam om een einde te maken aan haar leven. Lichamelijk was ze nog in orde. Maar voor haar gevoel had ze haar leven voltooid, was dat zinloos geworden en moest er een einde komen. Waarom maken we van het ouder worden geen natuurlijke, levenbestendige sport?
Opgedrongen denkbeelden of suggestie? Wat een dergelijke toepassing van suggestiviteit met zich meebrengt, is een gigantische maatschappelijke verandering. Volgens Wikipedia is dat te zien aan de ontwikkelingen in de 20e eeuw. Daarin heeft het gebruik van allerlei reclamesuggesties de oude (christelijke) 19e eeuwse waarden en normen grotendeels vervangen door een liberale ‘artiestenmoraal’: gericht op de kampioenen. Maar hoe natuurgetrouw is die neoliberale moraal? De natuur is gericht op leven en overleven. De dominante neoliberale cultuur is echter als een aanhoudende drup, namelijk de drup van de ‘redelijkheid’ van de doodswens. Als die zo redelijk is, waarom gelden in de discussie over levensbeëindiging dan geen transparante redelijke argumenten? We hebben hier een vorm van ‘opiumgebruik’. Voor Lenin was religie ‘opium voor het volk’. Alle suggestieve informatie uit het neoliberale kamp werkt als opium. Echter, wie oud is geworden en geen artiest meer is, leeft in een steeds guurdere culturele wind. Die kille wind staat haaks op de zorg voor het leven en het zinvol kunnen leven (let wel) tot de natuurlijke dood.