Heet van de naald
Blog van Seldenrijk
Vóór het menselijk leven
Deze weblog wijd ik aan het juist verschenen nummer van ‘Pro Vita Humana – tijdschrift voor levensrecht en medische ethiek’. Het is een uitgave van de Juristenvereniging Pro Vita en het Nederlands Artsenverbond. Tien jaar na aanvaarding van de Euthanasiewet bood de artsenorganisatie KNMG in juni van dit jaar een actueel overzicht over de rol, de verantwoordelijkheden, mogelijkheden en begrenzing van de arts bij het zelfgekozen levenseinde. Het standpunt gaat ook in op de spanning die kan bestaan tussen het nadrukkelijk geclaimde zelfbeschikkingsrecht van de burger over het eigen levenseinde en de rol die de arts daarbij heeft in het licht van de hulp die een patiënt vraagt. In dit standpunt kiest de KNMG de kant van de patiënt die vraagt om levensbeëindiging. Van de arts wordt een houding verwacht van begrip en meevoelen. Artsen ervaren de maatschappelijke druk als groot en risicovol. Lang niet alle artsen zullen bereid zijn c.q. moreel in staat zijn de wettelijke ruimte volledig te kunnen en willen benutten. Dat dient te worden gerespecteerd. De KNMG laat – nog – enige ruimte voor artsen die om principiële redenen niet willen / kunnen meewerken, maar die ruimte wordt steeds kleiner. Niet meewerken betekent volgens de KNMG niet ‘weigeren’. Nee, ‘niet meewerken’ betekent helpen bij doorverwijzen naar andere artsen, die deze bezwaren niet hebben. Dat is volgens de KNMG eigenlijk een onwenselijke situatie en het in de steek laten van de patiënt. Rond artsen die staan in de traditie van Hippokrates ontstaat een sfeer die raakt aan falen en verwijtbaar gedrag. Dáárom besteedt Pro Vita Humana uitgebreid aandacht aan dit rapport.
De arts Mgr. dr. W.J. Eijk komt in een uitvoerig overzicht tot de conclusie dat door het steeds maar verruimen van de criteria voor het straffeloos kunnen uitvoeren van euthanasie of hulp bij zelfdoding het niet gemakkelijker wordt voor de hiervoor genoemde artsen die staan in de traditie van Hippokrates. Het standpunt van de KNMG kan gemakkelijk een algemeen geldende richtlijn voor alle artsen worden. Daarom kan het standpunt van de KNMG volgens hem niet zonder weerwoord blijven. Verplegingswetenschapper drs. H. Rebel gaat in op de vraag hoe om te gaan met suïcidale patiënten. Ook bij deze groep lijkt er in de samenleving een verschuiving van helpen richting herstel, naar begrip en eventueel hulp bieden bij de uitvoering. De kern van het omgaan met deze patiënten en hun naast betrokkenen is contact houden. Contact is de tegenbeweging van isolement waarin de patiënt is verstrikt. Zij verwijst naar een tekst uit de Bijbel: “een neerslachtige geest, wie kan die opbeuren” (Spreuken 18:14)? In de tekst daarvóór staat wellicht het antwoord: “Wie antwoord geeft voordat hij heeft geluisterd, het is hem tot dwaasheid en schaamte.”
De KNMG rechtvaardigt euthanasie door een conflict van plichten: het leven van de patiënt beschermen en het lijden van de patiënt verlichten. Prof. dr. ir. H. Jochemsen legt uit dat dit geen echt conflict van plichten is. Er is een conflict van plichten van gemáákt. Er zou een conflict van plichten zijn als je tegenover ‘het leven beschermen’ zou zetten ‘het leven beëindigen’. Zo wordt het niet gezegd. Dat kan ook niet, want daarmee zou je zeggen dat er onder omstandigheden een plicht is om het leven te beëindigen. Waarom wordt ‘leven beschermen’ en ‘lijden verlichten’ gezien als een conflict van plichten? Omdat ‘het leven beëindigen’ ten onrechte wordt gezien als een vorm van ‘het verlichten van lijden’. Dat is een oneigenlijk gebruik van ‘verlichten van lijden’. Dit oneigenlijk gebruik is ook in het strafrecht gebruikt. Zo is het begrip ‘overmacht’ geconstrueerd om euthanasie überhaupt te kunnen legaliseren.
Vanuit het VN hoofdkwartier zijn de zogeheten ‘San Jose Articles’ verschenen. Die gaan over de misvatting van het bestaan van een internationaal recht op abortus. De vraag is of artsen deze cultuurbeweging binnen de perken kunnen houden – eigenlijk hopen veel artsen dat – of dat deze beweging zal doorzetten. Misschien breekt opeens het besef door dat we op dit punt eigenlijk gek bezig zijn. Dat we onze rechtsstaat op het spel zetten. Kortom: Als in de geneeskunde nieuwe termen worden ingevoerd, dan moet de bel van de medische ethiek gaan rinkelen. Het gebruik van nieuwe woorden heeft alles te maken met het acceptabel maken van zaken die dat niet zijn! Daarom blijft het devies: Vóór het menselijk leven.