Heet van de naald
Blog van Seldenrijk
Kunstmatig leven
Er is in onze cultuur sprake van een merkwaardige paradox. Een paradox is een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid. Hier wil ik niet uitvoerig ingaan op het feit dat wetenschappers (Elizabeth Pennisi en collega’s) na 15 jaar ‘kunstmatig leven kunnen scheppen’, hoewel... Dat gebeurde door in een lege cel kunstmatig DNA te stoppen, die zich dan vermenigvuldigt. In Intermediair van vorige week staat een gesprek met de leider van het project, Craig Venter: ‘Kunstmatig leven kan de aarde redden’. Daarmee wil hij hongersnoden, energieschaarste en opwarming van de aarde aanpakken. “Uiteindelijk hebben we misschien helemaal geen planten meer nodig”. Oké, maar in de zaterdageditie van het Reformatorisch Dagblad en NRC Handelsblad gaat het over de voortplantingsgeneeskunde. In Rotterdam is gewerkt aan de veiligheid van moeder en kind. Verbeterde zwangerschapszorg in lagere sociale klassen drukt de babysterfte. Intussen is de proef uitgebreid naar veertien gemeenten.
De voortplantingsgeneeskunde houdt zich niet alleen bezig met de zorg voor het jong gevormde leven. Het gaat vooral ook om het ontstaan van nakomelingschap. Daar wordt al lang aan gewerkt. Denk aan het chirurgisch openmaken van verstopte eileiders en hormoonbehandeling. Relatief nieuw is de reageerbuisbevruchting of ivf in het laboratorium. Het is al weer bijna 35 jaar geleden dat Louise Brown (1978) werd geboren. Zij is ’s werelds eerste reageerbuisbaby. In de jaren negentig werd ontdekt, dat een zaadcel direct in de eicel kan worden geïnjecteerd (ICSI of intracytoplasmatische sperma-injectie). Heeft de man geen zaadcellen in het sperma, dan kunnen die zaadcellen uit de bijbal worden gezogen (PESA of percutane epididymale sperma-aspiratie). Vanaf dat moment was ivf ook een oplossing voor mannelijke onvruchtbaarheid.
De zwangerschapskansen bij ivf zijn de afgelopen jaren spectaculair gestegen. Bovendien is de meerlingkans afgenomen en dat is een enorme kwaliteitsverbetering (vroeggeboorte en doodgeboorte). Maar wordt straks slechts één ivf-behandeling vergoed, dan zullen stellen weer meer embryo’s laten terugplaatsen. Meer meerlingen maakt de gezondheidszorg duur, zodat deze bezuiniging het paard achter de wagen spant. De beste kans ontstaat als het embryo laag in de baarmoeder wordt teruggeplaatst. Klinieken raken steeds bedrevener in het invriezen van overgeschoten embryo’s. Na één overvloedige eiceloogst krijgt het stel zo verschillende zwangerschapskansen en zijn er minder belastende hormoonbehandelingen en pijnlijke eierstokpuncties nodig. Maar wat als het stel de ingevroren embryo’s niet meer nodig heeft?
‘Kunstmatig leven kunnen scheppen’ (met DNA, of wel de oerbouwsteen van het leven zelf!) en steeds meer baby’s uit het lab, kosten nog moeiten worden gespaard voor het tot stand brengen van nieuw leven. Dat is de ene kant. Dan de andere. De abortusratio stijgt en daarbinnen de late zwangerschapsafbreking. Daardoor brokkelt bijvoorbeeld de hulp voor duizenden patiënten met spina bifida (open rug) af. Voor pasgeborenen met afwijkingen hebben we een (Gronings) protocol: om het leven te beëindigen. We hebben een Euthanasiewet en die hollen we (bewust) uit. Bij ouderen houden we niet de zinervaring levend, maar we koesteren de kilte die uiteindelijk leidt tot ‘voltooid leven’ en legaal doden.
Beide kanten lijken paradoxaal: hoe kunnen die samengaan? Dat kan vanwege eenzelfde onderliggende filosofie: koste wat kost de regie over leven én dood in handen houden. Denken dat we niet meer van natuurlijke processen afhankelijk zijn. De geneeskunde en biotechnologie moeten ons tegemoetkomen in de dingen die ons overkomen. Tegemoetkomen in onze gevoelens van onmacht, angst, onzekerheid en de realiteit van de dood. Dit beheersingsstreven is een onnatuurlijk streven. Het is een streven naar een steeds meer kunstmatig, onnatuurlijk leven en sterven. Dit streven gaat fundamenteel verder dan culturele ontwikkeling. We kunnen niet meer leven in de gegeven natuur en daardoor ook niet meer natuurlijk sterven.
Getuigt het in onze tijd niet van terechte moed en integriteit als we besluiten een natuurlijke doodsoorzaak geen strobreed in de weg te leggen? En getuigt het niet van evenveel moed en integriteit om binnen de juiste proporties alles te doen in de zorg voor leven en welzijn? Zo niet, dan verkilt het natuurlijke leven tot onleefbaarheid en gaat onze joods-christelijke en klassiek humanistische cultuur te gronde. Dit klemt temeer, nu we juist dit weekend kennis konden nemen van de conclusie van de onafhankelijke speciaal rapporteur godsdienstvrijheid van de Verenigde Naties. Prof. dr. Heiner Bielefeldt (hoogleraar mensenrechtenpolitiek in Erlangen-Nürnberg) concludeerde dat de vrijheid van godsdienst ook in ons westen onder grote druk staat door botsende mensenrechten: ‘Liever geen liberale inquisitie’.