Liefde voor embryo's en stamcellen
Liefde voor embryo's en stamcellen
Dr. R. Seldenrijk, prof.dr.ir. H.J. Jochemsen, drs. A.C. van Beest, Liefde voor embryo's en stamcellen, pag's 56; € 5,- (excl. verzendkosten) Platform Zorg voor Leven, Veenendaal 2006.
Te bestellen bij de NPV via (0318) 54 78 88 of via info(at)npvzorg.nl.
Recensie door dr. R. Seldenrijk - directeur NPV
Liefde voor embryo’s en stamcellen. Deze titel zou 50 jaar geleden niet zo snel aan een brochure zijn gegeven. Toekomstige ouders wisten dat zij in verwachting waren, dat de vrouw zwanger was en gaandeweg gingen zij van hun kind houden.
Al lang weten we dat die zwangerschap met de bevruchting begint en wetenschappers kenden zelfs het embryonale begin van het mensenleven. Diezelfde wetenschappers gebruiken nu menselijke embryo’s buiten het lichaam van de zwangere vrouw. Die embryo’s laten zij in het laboratorium zich delen en zo worden ze gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek gaat ten koste van die embryo’s.
Voor wie het mensenleven lief is, weet dat die liefde uiteindelijk zijn oorsprong heeft in het embryo. Die liefde gaat het aan het hart als menselijk leven wordt opgeofferd voor wetenschappelijk onderzoek, óók als de bedoelingen daarvan nog zo nobel zouden zijn (toekomstige genezing van ziekten). Vandaar de titel van de brochure.
Embryo’s zijn een bron voor menselijke stamcellen. Stamcellen zijn de bron of de ‘stam’ voor alle gespecialiseerde cellen die onze organen en weefsels vormen. Elke keer deel een stamcel zich en kan dan een stamcel blijven, of overgaan in een hart-, bloed-, hersencel of ander celtypen worden.
Theoretisch kan dat proces eindeloos doorgaan. We weten al heel lang dat de meeste weefsels en organen van het menselijk lichaam schade kunnen herstellen: een kapotte knie geneest en een operatiewond groeit dicht. Bij doorliggen (decubitus) of andere vormen van ernstige verwonding lukt dat soms moeilijk of niet meer. Maar in verreweg de meeste gevallen vindt herstel plaats. Blijkbaar bevatten de verwonde weefsels cellen die beschikken over twee eigenschappen: zij hebben hun delingsactiviteit en de mogelijkheden tot specialisatie behouden. Deze cellen heten stamcellen. Stamcellen zijn cellen met de capaciteit om hetzij zichzelf onbeperkt te vernieuwen, hetzij één of meer gedifferentieerde weefseltypes te produceren.
Naast embryonale stamcellen zijn er dus zogeheten lichaamsstamcellen. Het onderzoek met deze lichaamsstamcellen heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. Ze komen in ieder weefsel voor. Die cellen zorgen voor het normale proces van vernieuwing van het weefsel, bijvoorbeeld na verwonding. Ze worden verzameld uit bepaalde type weefsels. We kunnen dan denken aan het beenmerg, stamcellen uit perifeer bloed of uit de navelstreng en heel recent ook uit menstruatiebloed.
Daarnaast vinden we lichaamsstamcellen in spierweefsel, zenuwweefsel, bepaalde skeletspieren, alvleesklier, epitheel van huid en slokdarm en zo meer. Door die stamcellen (uit embryo’s of volgroeid weefsel) te laten delen, kunnen we ze net zo veel kopiëren als we willen. Dat noemen we kloneren.
Evaluatie embryowet
De brochure is geschreven met het oog op de evaluatie van de zogeheten embryowet in september 2007. Als er niets gebeurt, mogen straks menselijke embryo’s worden gemaakt voor wetenschappelijke doeleinden.
Allereerst wordt in de brochure een kort overzicht gegeven van de standpunten van Europese landen. Daarna wordt het vakgebied van de embryologie uitgelegd.
De embryologie bestudeert het menselijk leven in het beging van zijn ontwikkeling. Die ontwikkeling kan de embryoloog alleen maar beschrijven, niet begrijpen. We weten namelijk niet wat leven is, alleen dat het gegeven is. Zodra het mensenleven is ‘ontvangen’ (bij de bevruchting of beter nog de conceptie) begint een ononderbroken levensgeschiedenis. Nergens in die ontwikkeling kan de embryoloog een grens aanduiden waar het mensenleven begint. Dat is logisch, want het is al begonnen bij de conceptie. Er is dus geen reden om in de eerste 14 dagen van de ontwikkeling te spreken over ‘pre-embryo’s’, als zouden dat nog geen echte menselijke embryo’s zijn.
Het vierde hoofdstuk beschrijft de techniek van het kloneren. Daarna wordt beschreven hoe stamcellen en daaruit ontwikkelde weefsels straks kunnen worden gebruikt in de transplantatiegeneeskunde. Als we uitgaan van stamcellen van de patiënt en kunnen we daardoor in principe weefsels maken niet door het lichaam worden afgestoten. Toch zitten aan deze toepassing nog haken en ogen.
Bijbelse overwegingen
Het zesde hoofdstuk van de publicatie heeft als titel moraal, ethiek en menselijke embryo’s. In dit hoofdstuk wordt vanuit algemene en bijbelse overwegingen nagedacht over de waarde en waardigheid van menselijke embryo’s. Daarbij wordt het criterium van de zogeheten ‘intrinsieke finaliteit’ gebruikt. Dat wil zeggen dat er vanaf de conceptie sprake is van een ontwikkelingsprogramma. Op geleide van de menselijke erfelijke eigenschappen is de ontwikkeling uitsluitend gericht op de geboorte van een mensenkind.
Ook het zevende hoofdstuk raakt de ethische kern van deze brochure. Daar gaat het namelijk over embryosparende alternatieven in het onderzoek met en de toepassing van stamcellen. Er worden vragen gesteld bij nieuwe ontwikkelingen. Het lijdt geen enkele twijfel dat experimenten met embryo’s een enorme vooruitgang van de geneeskunde beloven. Toch maken praktische en ethische bezwaren ingrepen in menselijke embryo’s ontoelaatbaar. Stamcellen uit volwassen weefsel worden al in tientallen therapieën toegepast en hebben niet de ethische lading van embryonale cellen.
Het Platform Zorg voor Leven heeft op dinsdag 31 oktober de brochure Liefde voor embryo’s en stamcellen aangeboden aan de voorzitter van de Vaste Kamercommissie van VWS. Aansluitend vond in Den Haag een symposium plaats.